Het was nogal wat, toen ik als kind van 5 jaar ineens van school werd gehaald en mee moest met twee vreemde vrouwen. Ik wist niet dat het kinderbeschermers van Jeugdzorg waren. Ik ging gewillig mee naar die onbekende mensen die met mij nieuwe kleren gingen kopen, en schoenen en een jas. Natuurlijk vroeg ik aan die vreemde mensen wanneer de meisjes me weer terug zouden brengen naar mama.” Nee lieverd je kunt niet naar mama want mama is ziek, daarom blijf je een poosje bij ons”. Waarom had juf niks gezegd en moest ik met de twee meisjes mee. Intussen is het bedtijd, ik wil niet gaan slapen. Ik huil. En langzaam begint bij mij het verzet te komen.

Om triest van te worden.
Om stil van te worden.
(taalsuggestie: je schrijft bijna heel het stukje vanuit het ik-standpunt; ik zou dat dan ook doen in de laatste zinnen: ‘ik wil niet gaan slapen’, ‘ik huil’ en ‘bij mij’)
@marja, inderdaad een heftig stukje. Vertelperspectief is niet helemaal duidelijk.
dank voor de tips, ik heb het meteen aangepast.
@Marja, een goed verhaal, maar niet echt goed geschreven. Je begint het verhaal als je-verhaal en dan ga je op het laatst over in de ik-vorm.
Het is niet goed denkbaar dat een meisje van vijf jaar aan volwassen denkt als aan meisjes.
Het getal 5 is een klein getal en wordt daarom bij voorkeur als vijf geschreven (binnen proza).
Kijk ook eens waar je aanhalingstekens zou hebben kunnen gebruiken.