Klim jij op mij rug? Dan neem ik jou als springplank. Samen huppelen we door het leven, jij tilt soms mij en ik draag ook van alles. Een zak stront, maar ook een doos vol zonneschijn. Samen schuifelen we over winkelpleinen, markten en andere plekken waar het uitverkoop is. Soms is de te tillen last een goede duurkoop en soms is een goede koop te duur. We lopen hoegenaamd nooit achteruit. Tenzij er een moet wachten op de ander, dan halen we even bakzeil. Als het zeil al niet te bol staat van verwachtingen die niet worden waargemaakt, natuurlijk.
Het geeft niet. Ik wachtte op de storm, jij danste door de regen, samen werden we uiteindelijk nat gespat door tranen.

Je hebt in mijn ogen een heel mooie zin geschreven:
‘Jij tilt soms mij en ik draag ook van alles…’
Minder mooi: ‘Tenzij er een moet wachten op de ander..’
Heel afstandelijk, terwijl je het eerst hebt over we.
Waarom kies je in de laatste zin ineens voor de verleden tijd?
Overigens ben je deze week goed op dreef.