Jonathan verminkt de fout en vertedert hem. Doorhalen helpt niet, uitgummen evenmin. De fout is door hem gemaakt en is daarom van hem. Ook na twee ellenlange brieven aan Astrid begrijpt Jonathan de reikwijdte van zijn fout ten dele. De ontevreden frons van de fout, die aan de keukentafel zit en zijn bewegingen nauwlettend volgt, irriteert Jonathan. De glanzend rode wangen en de kleine, bitse mond roepen weerzin op. De lauwwarme adem laat zijn onderbuik verkrampen. Zelfgenoegzaam hangt de fout, half op de stoel, half op de tafel. Zwijgen, kijken; meer is het niet. Jonathan wordt zich er van bewust hoeveel keer per dag hij in de keuken komt en daarbij zijn fout onder ogen ziet. Verbetering blijft voorlopig uit.

gaat het hier om een genetische ‘fout’ , weet niet goed hoe ik dit stukje moet beoordelen
beste José,
De fout ligt bij Jonathan zelf, hij heeft ’n fout gemaakt door een persoon toe te laten en gedrag te accepteren. Die persoon is def out van Jonathan geworden. Door zijn aanwezigheid wordt Jonathan steeds aan zijn fout herinnerd.
Met vriendelijke groet,
Chris