‘Bij ons aan tafel de man die lopen over gloeiende kolen niet genoeg vond, die drie dagen zonder kleding -jaha, dames, naakt dus- door de Sahara dwaalde zonder één druppel water en die zijn bijzondere gaven inzet om mensen te redden uit brandende huizen, daar waar de brandweer het door extreme hitte niet meer aankan. Internationaal staat hij bekend als the Fireman, wij noemen hem Hans.
Welkom Hans.’
‘Dankjewel Mathieu.’
‘Je hebt een nieuwe uitdaging he. Lavasurfen.’
‘Nee, niet dat ik weet.’
‘Met een surfplank van wolfraam de flanken van een vulkaan in eruptie afglijden, over de gloeiende lava.’
‘Ik kom eigenlijk voor mijn boek Het helende vuur.’
‘Al surfend de wetten der natuur tartend. Hittebestendig. Onze held, Hans.
Applaus!’


(wolfraam is zonder hoofdletter)
(Aangepast)
Dankjewel
@Hadeke, het einde van het interview kwam voor mij iets te snel. Erg grappig, dat wel.
De titel vind ik eigenlijk leuker dan het stukje zelf. 😉
Hoewel ik je schrijfstijl bewonder @Hadeke, raakt dit stukje mij niet. De vonk slaat niet over.
Ja leuk! Ik zie het wel voor me.
Dank voor de reacties. @hay De titel is bij een verhaal de helft van de vertelling. 😉
@levja Soms vonkt het en soms dooft het. Eigenlijk is het een iets te groot verhaal voor 120 woorden. Dankjewel voor je compliment.
@Hadeke Klopt. Sommige verhalen hebben meer woorden nodig. Meer ruimte, zeg maar.
Toch ben ik dol op juist de beknoptheid van de 120 woorden.