‘U vergist zich, mijnheer!’ riep ze van op de trappen, ‘mensen zoals hij verdienen geen aanmoediging.’ Verbaasd draaide ik me om, had ze het tegen mij of tegen iemand anders die het station buitenkwam? En met die ‘mens zoals hij’, bedoelde ze daarmee de blonde krullenbol die met een wazige blik vrolijke deuntjes uit zijn accordeon toverde? Best mogelijk. Maar ik vond het gewoon een leuk intermezzo, een statement tegen haar en al die anderen die zich met het hoofd tussen de schouders naar hun kantoor haastten en geen aandacht meer hebben voor de wereld rondom hen. Ik vergiste me dus niet, maar wel zijzelf en met haar al die anderen die hun leven geen kleur meer weten te geven.


Recente reacties