Gisteren stond ze voor me. Of ze binnen mocht komen. Het was donker en het regende pijpenstelen. Ze keek me verwachtingsvol aan, het koffertje in haar handen. Ze was oud geworden: het weelderige rode haar grijs, de huid van haar gezicht valer en vol vlekken. Ongetwijfeld had ze spataders op haar kuiten.
Meer dan twintig jaar waren we samen, Aurelie en ik. We reisden de wereld rond en waren gelukkig. Althans, dat dacht ik. Zonder een woord was ze vertrokken. Opgelost in het luchtledige. Alleen het verdwenen koffertje verraadde haar keuze. Mijn wereld stortte in. Wat haar bezielde: geen idee. Zevenendertig jaar lang probeerde ik haar te vergeten. In mijn hoofd bleef ze bij me.
Tot gisteren de bel ging.

Het begint mooi en mysterieus, maar in het tweede gedeelte, waarin je precies uitlegt hoe het in elkaar zit, raak je me als lezer weer kwijt.
Dank je voor je commentaar Hay. Lees ik het goed dat je het tweede deel als te uitleggerig beschouwd? Dan moet ik de volgende keer toch beter kijken naar het slot. De angel zit namelijk in de laatste zin, maar die is duidelijk niet scherp genoeg.