Dit zijn dagen dat ik denk dat ik er niet meer uitkom. Ik ontwikkel tunnelvisie en er komt geen einde aan die tunnel. Weer een bocht, maar geen tegenlicht. Hoe lang nog? Zal het ooit goed komen? Met de moed der wanhoop raap ik mijzelf bij elkaar en sleep mijzelf door de dag.
Het is nacht geworden. Ik laat mij wegzinken in de armen der nachtelijke vergetelheid. De nacht die het voor mij acceptabel maakt dat ik het licht niet zie. Het is nu immers voor iedereen duister.
Dan schrik ik plotseling wakker, drijfnat van het zweet door een schrikbeeld: Wat nu als het licht aan het einde van de tunnel afkomstig is van de koplampen van een binnenstormende trein?


@Jelle, Mooi geschreven, blij te lezen dat het fictie is.
Pfoe, inderdaad goed dat het fictie is.
minder, minder