Voldoende water, zwaartekracht, kans op atmosfeer. Niet te ver van de dichtstbijzijnde ster, niet te dichtbij. Dat was het Goudlokjegebied: precies goed om buitenaards leven te verwachten. Carlsen was er vlakbij gekomen met zijn ruimtesprongen door wormgaten en kille, interstellaire gaswolken.
Pap niet te heet en niet te koud, doch precies goed, dacht Carlsen. Hij wreef zijn blonde haren uit zijn ogen. Precies Goudlokje. Ze hadden hem goed gecast voor deze ruimtemissie. Al viel het hem tegen dat de dichtstbijzijnde planeet in een bewoonbare zone lichtjaren ver weg was. Hij was bijna Zilverlokje bij zijn landing.
Na zijn landing verbaasde Carlsen zich over de wezens. Hij had niet verwacht er beren te ontmoeten, laat staan precies dezelfde samenleving als thuis.


@Jack, goed geschreven