Ze reageert niet graag, omdat hij altijd gelijk denkt te hebben, maar dit keer was ze het zat. Zijn woorden deden te zeer en hij was gaan schreeuwen. Ze fluisterde: âSteek die woorden maar in je zak, want ze steken me te veelâ.
Hij keek haar verbaasd aan, niet gewend aan een weerwoord. Dat gaf haar moed. Ze vervolgde: âDie broek moet omlaag over je benen, zodat de strekking is verdwenenâ.
Hij begreep het komische van haar woorden, stroopte zijn broek omlaag en reageerde: âIk moet wel netjes zijn! Wat nu?â
Ze pakte een verse broek uit de kast en mompelde: âDie zak is verre van luchtledig, je kunt je broek persen, maar met zoân gevulde zak ontploft hij vast!â

Bizar stuk, dat zwaar op dubbelzinnige woordspelingen leunt.
Leuk bedacht, maar het themawoord vind ik er wel een beetje geforceerd in verwerkt.