Jeroen bleef karhengst; voor mij, voor broer Fred. Voor mijn zuster was Jeroen Café De Laatste Kans na enkele mislukte verkeringen. Jeroen hinnikte om elke opmerking van zusterzijde. Hij vond Mandy hoogst amusant. Zij mekkerde om elke opmerking van Jeroen; net pais en vrêe all the way. Vanochtend kraaide onze haan. Honden in de polder sloegen aan. Het schilderij van haar ezel donderde van haar ezel. Mandy stond versteld. Geit balkte. Jeroen trok te hard aan droge spenen. Mijn broer had Dora Twee al gemolken. Jeroen liep naar de snelweg. Hij liep achter Dora Een aan, die op haar beurt haar pas versnelde. Jeroen rammelde met de witte emaille emmer, hinnikte zenuwachtig. Hij besefte dat hij alleen zichzelf leuk vond.

Recente reacties