‘Wil je deze ketting aan m’n vrouw geven… uhg… ze moet hem… uhgu…’
‘Rustig ademhalen.’
‘Ja… ik…’
‘Het komt goed.’
‘Voor mijn zoon, het wordt een jongen… Ik heb het altijd geweten.’
‘Ik zal hem geven.’
‘Uhg… Heb je nog wat water?’
‘Niet veel.’
‘Geef me alsjeblieft… een… paar… druppels.’
‘Drink maar.’
‘Zeg je m’n vrouw dat ik van…
Uhg… vertel haar maar niet hoe ik eruit zag.
M’n keel brandt…
Wat is er met m’n ogen?’
‘Niks.’
‘Verbrand?’
‘Zoiets.’
‘Het doet zo’n fucking pijn.’
‘Ik weet het.’
‘Nog… wat water?’
‘Het is op.’
‘…m’n vrouw, zeg haar dat hij de ketting moet dragen. Net als z’n vader.’
‘Doe ik.’
‘Het brandt, Charles, was het…?’
‘Ja, John, het was mosterdgas.’


Beste Judith Groeneveld, welkom op 120w! We vinden het leuk dat je meeschrijft op onze site! Als je vragen of opmerkingen hebt horen we het graag. En vergeet niet dat je altijd in gesprek kunt gaan met je collegaschrijvers via de reactiepanelen.
Groeten en veel 120 woorden lees- en schrijfplezier gewenst!
De 120w-redactie