‘Mama, mama, riep Klaasje driftig. Groot nieuws!’
Mama ging nog even door met haar werk zoals moeders wel vaker doen.
‘Mama, luister nu toch.’
‘Zeur niet zo, Klaasje. Kom, vertel, wat is het grote nieuws? Ik luister heus wel hoor.’
‘Ik mag meedoen in de levende kerststal mama.’
‘Oh… wat leuk. Ben je kindje Jezus of zo?’
‘Toe mama, doe niet zo gek. Ik ben de onderzetter.’
‘Wat bedoel je nou weer Klaasje?’
‘De meester heeft gezegd dat ik dit jaar, naast herder, ook de enige echte onderzetter ben.’
‘Dat is best leuk Klaasje, maar wat is de functie van een onderzetter dan?’
‘Mamaaa… begrijp nu toch, als de ezel poept moet er toch iemand de emmer onder zetten, ja.’

Voor iemand het aanmerkt: ik ben in de eerste zin wat slordig geweest met de aanhalingstekentjes. Moet zijn: ‘Mama, mama,’ riep Klaasje driftig. ‘Groot nieuws!’
Geweldig bedacht!
Grappig en inderdaad ook echt nodig!
Ha, die zag ik niet aankomen. Leuk!
🙂 <3
Bedankt voor jullie aardige reacties. Elk hartje is een emmertje stel ik me voor, en zo heeft Klaasje dus al tien emmertjes gevuld. 🙂
@W Rynlandt; hartje voor mijn Vlaamse schrijfmattie. 🙂
Dank je Mili 🙂
Mooi en met humor neergezet. <3
Een bijzondere verbinding van een onderzetter met poep. Wat zou Freud daarvan gedacht hebben … 😉 Hartje
Van mij krijg jij ook een hartje! Je doet het toch telkens weer; zo ludiek uit de hoek komen.
Bedankt iedereen voor de leuke reacties he!