De leerlingen zijn eindelijk rustig aan het werk. Ik zou vaker een toets moeten afnemen.
In de reguliere les vliegen stukjes gum rond, eindigen natgekauwde propjes papier vastgekleefd op het digibord en gaat mijn uitleg verloren in geroezemoes en opstandig gedrag.
‘Waarom moeten we eigenlijk leren rekenen? Dit is basisschoolstof.’
Voor argumenten staan ze niet open, ze lijken mijn angst te ruiken. Een klas als veelkoppig monster. Ik zwijg dan, inplaats van te antwoorden.
Vandaag sla ik terug. Ik maak een staafje van de abacus los. Twee kralen glijden in mijn hand. Ze rollen om beurten in de pijpjes.
‘Psst, Tommy,’ fluister ik.
De grootste raddraaier kijkt op. Twee korte pufjes. Linkeroog, rechteroog.
Het is mijn laatste dag op school.


dit is pas echt de cynische variant