‘Kijk mam, knappies!’
Zonder te zien waar mijn dochter enthousiast op afrent, weet ik wat ze bedoelt. Glimlachend help ik haar zoeken naar de beste, dikste… tja, wat zijn het eigenlijk? ‘Die! Moet je die zien, mam. En die dan! Oh! Kijk! Oef, haha, daar schrok ik van.’
Ik voel hoe de rijpe, groene staafjes tussen mijn vingers kapot knappen. Voel, net als vroeger, de opwinding, de spanning van wanneer knapt ‘ie nou? En ook de teleurstelling als het zaadje nog niet rijp is.
Even denk ik erover om, als ik thuis kom, de naam op te zoeken. Heel even maar. Onzin natuurlijk, want ze hebben al een naam. Knappies heten ze. En stiekem heb ik dat altijd al geweten.


Springbalsemien 😉
Ah, weer wat geleerd! Toch denk ik dat ik knappies leuker vind 😉
Ik noemde ze poppers nu ook niet geheel correct