Het hemd kleefde vast, aan ribbenkast met vel.
Het troosteloze pad: vermoeidheid, verkoold zweet, droge waterdruppels.
Zijn droge mond veranderde in een glimlach.
De kraai cirkelde om zijn hoofd en landde voor hem in het stof.
‘Waarom die glimlach?’ Kraalogen onderzochten hem.
Brutaal gehip voor zijn vermoeide voeten.
‘Waarom geef je niet op?’
‘Omdat het pad omhoog leidt’
De vogel landde voor de volgende voetstap:
‘Ik kraste: maar niemand, luisterde.
Ik riep toen het nog dag was, toen de zon nog scheen.
Nu is het nacht, uitgestoken ogen, gesnoerde monden…’
De man ontweek zorgvuldig de zwarte vogel.
‘Ga mee! Vanaf de top zie je het anders.’
‘Nee!’ kraste hij.
‘Jij blijft lopen. Ik blijf roepen…
‘De roep van de herfstkraai’.

Recente reacties