Vannacht, tijdens een sanitair bezoekje in het donker, plotseling met een blote voet op Het getrapt. HET lag doodstil en voelde zacht aan. Wat was HET? Met een aanloopje en een gesmoorde gil sprong ik weer in bed, bevend van angst, wachten tot HET me kwam aanvallen of op zijn minst opeten! Brandende ogen van het turen in het donker, gespannen spieren klaar voor elke vorm van verdediging. Uiteindelijk moest ik het afleggen tegen de kracht van de slaap. Vanmorgen bij daglicht meteen alert. Was HET er nog? Had HET zich vermenigvuldigd? Was Het dood? Gewapend met een ferme Karin Slaughter, gluurde ik met hartkloppingen over de dekenrand naar Het … een zachte … doodstil liggende … verdwaalde … geen enkele angst aanjagende … tissue.

@Carla <3 mooi spannend stukje. Klein puntje qua vormgeving (misschien zelfs gewoon smaak) De zin die start met: Vanmorgen bij daglicht, zou ik op een nieuwe alinea beginnen, het is een sprongetje in de tijd en dat maakt het mooier om te lezen.