‘Ik heb helemaal niets met hem.’
‘Dat kan best, maar ik des te meer.’
‘Ik weiger hypocriet te doen. Zo’n cadeau is echt old school. Typisch iets voor hem.’
‘Jij hebt vooringenomen standpunten. Zo kijk je toch ook niet naar mij?’
‘Goddank lijk jij totaal niet op je vader, dat moest er nog bij komen!’
‘Zet die kamerplant nou gewoon op tafel neer. Kleine moeite als je van me houdt.’
Bas schenkt koffie in, loopt ermee naar de kamer. Bianca staart hem na, de taartschep nog in haar hand. Het liefste zou ze die in de maag van haar schoonvader planten. Elk jaar hetzelfde liedje.
‘Ik zoek er straks een mooi plekje voor. U wilt vast wel een stukje taart?’


Een taartschep in de maag van je schoonvader planten omdat hij een kamerplant geeft? Daar zit vast een hele voorgeschiedenis aan vast.
<3 voor Geertje, natuurlijk!
Taalzeurtje: temeer moet los – https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/te-meer-temeer
Het is de gedachte die telt! Of hij moet express een plant geven, terwijl hij weet dat de hoofdpersoon een pest aan planten heeft.
Je moet trouwens wel op speciale manier kundig zijn om een normaal geklede persoon een taartschep in zijn buik te planten.
Met vriendelijk groet,
Chris
Ja, je wilt niet weten hoe familie elkaar naar het leven kan staan en toch een toneelstukje weet op te voeren 😉 @Leonardo: je hebt gelijk. Heb het even aangepast. Dank!!!
Het is voelbaar, dat er een hele wereld achter dit verhaal ligt.
De kamerplant fungeert hier slechts als symbool
(Tenminste, zo lees ik het)
leuk blijven doen maar ondertussen…