Ik liep over de markt en zag er mensen in vele kleuren.
Bij één kraam bleef ik staan en gaf mijn ogen de kost. Hier vond ik wat ik zocht.
Ik koos er drie, die er bloeiend en gezond uitzagen, een witte, een gele en een rode. Het waren alle drie nog groentjes die bij mij thuis verder zouden gedijen.
‘U heeft nu drie vrouwtjes, ik zou er nog een mannetje bij nemen, dan blijven ze altijd bloeien. Je moet hem alleen een beetje bij ze in de buurt zetten.’
‘Heeft zo’n mannetje dan altijd zin,’ vroeg ik.
‘U weet toch hoe mannetjes zijn.’ De verkoopster keek me aan met een guitige blik.
Ik ging met vier kamerplanten naar huis.


Leuk Jose!
Grappig stukje!
“Mag ik van u een harem van díe plantjes?” zou een nieuwe uitdrukking moeten worden.
Heel leuk stukje José. Grappige titel!
dank voor jullie reacties!
De echtgenoot/echtgenote als kamerplant, wie herkent het niet?
Goede variatie op het thema!
Hartje waard!
Chris
Een erg leuke invalshoek gekozen @José.