Naast ons woonde een boze buurvrouw. Haar kinderen konden geen goed doen. Ze moesten van alles, maar mochten niets. Als een van de kinderen iets had gedaan dat bij onze boze buurvrouw niet door de beugel kon, riep ze op militaire toon: “Bovenkamer”, met het accent op de eerste lettergreep. De kinderen snelden dan de trap op naar boven om op hun kamer te blijven, totdat de boze buurvrouw bedaard was en de kinderen weer naar beneden werden geroepen: “Beneden!”, op precies zo’n zelfde gedecideerde toon.
Voor mij was die uitdrukking synoniem met boos en voor straf naar je kamer. Ik begreep dan ook niet waarom mijn moeder haar zuster wel eens vroeg: “Ben je wel goed in je bovenkamer?”


Hai Mas, een leuk stukje, beetje nostalgisch. Persoonlijk vind ik het niet zo mooi om met een vraag te eindigen. Verder leuk geschreven.
@Mas Volgens mij kan je slotzin inderdaad beter.
Deze haalt het stukje m.i. naar beneden.
Mooi de buren neergezet Mas.
Is deze al aangepast? Ik vind de slotzin prima.
@ Mas
De zin: ‘Ben je wel goed in je bovenkamer?’ zou voor mij de slotzin mogen zijn.
Door jouw laatste zin ontneem je de lezer zijn eigen gedachten waarom ‘jouw’ moeder dat vroeg.
groet
svara
@Desiree @Levja @Inge @Svara ondanks dat sommigen die slotzin prima vonden, was ik er zelf ook niet zo tevreden over. Hij is nu weg!
Nu vind ik je slot top @Mas
@Mas de aanpassing heeft je een hartje opgeleverd!
@Levja @Marianna tnx
Mooi geschetst, de nare buurvrouw