Mevrouw Sue had de hele partij zitten snotteren.
Horendol werd mijnheer Doek van haar gesnuif.
Met nijdige, steeds hardere, tikken plaatste hij zijn gostenen op het houten speelbord.
Hij moest zich echt beter concentreren. Ze waren immers al tijden even sterk.
Maar ma-te-loos geïrriteerd was hij door haar neusgeluiden.
‘Haaaahhhhhtsjoe!’
‘Gezondheid, Tiny.’
‘Dank je, Zacharias. Ik ben al dagen zó verkouden.’
Ze trok een tissue uit de blauwe doos naast de speelklok.
‘Prrrrrrtttt.’
Met een sierlijke boog wierp ze het nu goedgevulde papieren doekje in een prullenbak.
Snel plaatste ze een steen op het bord.
‘Atari!’ zei mevrouw Sue met overslaande stem.
‘Snotverdulleme’, vloekte mijnheer Doek zachtjes.
Door die zet verloor hij een grote groep stenen.
Mevrouw Sue had gewonnen.


Heel leuk!
Ik ken het spel niet. Daarom vind ik het taalgebruik goed passen. Ik kan me goed voorstellen dat dit soort geluiden extra vervelend kunnen zijn. Toch grappig.
Dank Levja en Lousjekoesje voor jullie reacties. Ik speel al jaren go. En het hard neerslaan van stenen gebeurt vaak om te intimideren. Snotteren tja…