Een onbeschrijfelijk verlangen naar de winter overvalt me.
Herinneringen aan schaatstochten door het Groningse
winterlandschap komen met al hun stilte bij me binnen.
Sneeuw is gevallen. Het Boterdiep is bijna niet zichtbaar. De schaatsen snijden door de sneeuw en raken minimaal het ijs.
Plotseling een wak. Het ijs breekt en ik ga kopje onder. Mijn broer helpt mij eruit.
Druipend van het koude water, bij een Groninger boer aangebeld.
“Moi, wat hest doe din? Kom der ien. Kriegst een kop thee and dreuge klaider”
In blauwe boerenoveral terug geschaatst naar de stad.
De schaatsen bevroren aan de voeten de laatste kilometers naar de kolenkachel afgelegd op de fiets.
Altijd zomer is een genot, maar als het vriest in Nederland…

@Berthux; mooi nostalgische terugblik. Ik snap alleen die laatste zin niet goed, is het beter als het vriest? De regels daarboven is nl voor mij de hel.
Bovenstaand is mijn reactie.
@bertbux Een leuk verhaal!
Opmerking:
– De schaatsen bevroren aan de voeten de laatste kilometers naar de kolenkachel afgelegd op de fiets.
Deze zin loopt niet goed. Je wilde te veel zeggen terwijl je nog maar een paar woorden te gaan had.
Bedankt voor de opmerkingen !:
– op een plek wonen met altijd zomers weer is een genot maar vorst heeft ook zo zijn bekoringen
– laatste zin is inderdaad iets te vol. Van twee zinnen heb ik 1 gemaakt 🙂