Watersnood,
over de rand van haar lippen
ontstegen aan
het verre moeras
Drassig de koeien in het gras
het melkmeisje staat om vijf uur op
zet de emmer onder de uiers
Ik, de jongen, kijk toe
De witte stralen
dampend in het ochtendlicht
zij op haar krukje
later wou ze mijn piemel zien
Daar in die holle boom
ik wist vaag dat het stout was
was zo vaak
voor vreemde meneren gewaarschuwd
Maar niet voor een meisje van dertien
dat net haar onschuld kwijt is
genietend van de stralen melk
die ze met stevige handen opwekt
Ze moet in de zeventig zijn nu
herinnert zich vast niet meer
die jongen die naar haar handen keek
en zelf niet kon melken!


Recente reacties