Ze zit in haar auto. Nog geen 25 schat ik. Geparkeerd. Ze rijdt niet weg. Ze kijkt naar haar kruis. Ze gaat met beide handen naar haar kruis. Achteloos probeer ik naar binnen te kijken: ze zal toch niet?
Ik voel mijn hart bonzen als ik langs haar auto loop. Ik kan me niet langer beheersen en werp een blik naar binnen.
Ze waant zich onbespied. Ze peutert aan haar navel. Ze haalt er een stofje uit. Dan kijkt ze op. Ik schrik. Gelukkig, ze lacht. Ze laat me het stofje zien en zegt iets. Maar omdat het raampje gesloten is kan ik haar niet verstaan.
Ze start de auto en rijdt weg. Was ik maar een van haar stofjes.


Hehehe 🙂
Beter een navelpluis dan een schaamluis? <3