Ik ken een prachtig woord sonoor.
Ik krijg het niet uit mijn hoofd sonoor.
Sonoor sonoor sonoor.
Het maalt in mijn hoofd,
het gaat maar door sonoor.
Als snurk denk ik sonoor.
De tandarts boort sonoor.
Daarom blijf ik weg.
Ik word gek sonoor.
Ik weet niet wat ik hoor,
Het is steeds maar weer sonoor.
Door en door en door sonoor.
Nu is het woordje weg sonoor.
Kut daar is het weer sonoor.
Dacht aan iets moois als sleur.
Maar al vlug klonk sleur sonoor.
Dus toch maar weer sonoor.
Ook wordt het wel een sleur.
Dat gedoe met sonoor.
Mocht je ook een prachtig woordje kennen,
Doe dan niet sonoor.
Want daar word je echt gestoord van hoor.


~rhonchi sonori
Ik kan me helemaal in die laatste zin vinden… 😉