Ik lag opeens op de grond. Overal om me heen lag kapot servies, broodbeleg, en glas. Ik hoorde mezelf krijsen en mijn broertje stond huilend naast me. Ongedeerd, maar vreselijk geschrokken. Hoe anders dan anders was onze zaterdagochtend routine verlopen? Ik was om zes uur op het aanrecht geklommen, broertje had de stoel klaargezet en ik had hem de pot met pindakaas aangegeven. Terwijl ik op het aanrecht stond te wachten, had ik ontdekt hoe ik aan het deurtje van het aanrechtkastje kon slingeren. Dat ging best goed ook. “Kijk eens,” zei ik tegen m’n broertje, en hij haalde zijn besmeurde vingers uit de pindakaaspot. Een aanrechtkast deurtje is dus niet gemaakt om aan te zwieren, leerde ik die ochtend.

Ach gossie. Da’s de beste manier om achter zoiets te komen hè, dan kijk je volgende keer wel uit 😉 Leuk geschreven.
@Lijmstok Wat een hilarisch stuk!
Een aanrechtkastje is een kastje dat ahw in het aanrecht is ingebouwd. Een laag kastje dus. De kastjes boven het aanrecht heten keukenkastjes.
Je hebt twee keer twee woorden gebruikt waar één woord oké was. Te weten: zaterdagochtend routine en aanrechtkast deurtje