Als ik mijn ogen open, blijf ik even heel stil liggen. De vlek op het plafond, de televisie aan mijn voeteneind, de stapel kleren op de kaptafel en de wekker, het zijn vertrouwde beelden.
‘Tegenslag op tegenslag,’ mompel ik voor me uit.
Naast me ligt mijn vrouw. Roerloos. Ze ademt onrustig. Ik laat haar liggen.
Zacht sluip ik naar beneden. Als ik koffie wil zetten, bedenk ik dat het water en de electriciteit zijn afgesloten. In de ingebouwde kast staat nog frisdrank.
‘Waar is het misgegaan?’ vraag ik me hardop af.
Ik neem de aantekeningen die verspreid over de tafel liggen nogmaals door.
‘Het is overduidelijk en toch niet gebeurd.’
‘Zal ik ooit nog meemaken dat de wereld werkelijk vergaat?’


Leuk!
@Hadeke De(ze) lezer kan zich hier afvragen: Waarom een ingebouwde kast? Wat wil de schrijver daarmee zeggen?
De laatste regels komen wat rommelig over. Maar dan … zo zag het leven de ik-persoon er waarschijnlijk op dat moment ook wel uit.
Roerloos.Ze ademt onrustig. Voelt als tegenstrijdig. Grappig verhaaltje.