Nu we een week zuiver lenteweer hebben mogen meemaken, schreeuwt het volk om meer. Meer zon. Meer warmte. Meer lente of liever nog meer zomer. Maar zo werkt dat niet in Nederland. Wat wij wel krijgen, is natte sneeuw.
Natte sneeuw is een dikke vinger voor de zomerliefhebber en een tantaluskwelling voor de winterliefhebber. In dikke vlokken dwarrelt het naar beneden, visioenen oproepend van sneeuwballengevechten, sleetjerijden en ijspret. Om voor de ogen van de liefhebber tot niets te vergaan. Tot een plasje.
Natte sneeuw is Gods vochtige adem, zonder liefde, zonder doel. Een dansend festijn van gebakken lucht en vervlogen dromen. Een honende oproep tot geduld, terwijl de dwarrelende vlokken zelfs onder de paraplu je vochtige ogen weten te vinden.

@grim, prachtige zinnen, goed omschreven.
Deze tekst zou ook veel vroeger geschreven kunnen zijn.
@Desiree Dank!
@Levja Ik word nog wel eens beschuldigd van ouwelijk of archaïsch taalgebruik. 🙂
@Grim Mooi geschreven