Beloofd is beloofd; dus laat ik me gewillig door hem leiden.
We sluiten aan in een lange rij. Hij weet precies wat hij wil. Ik niet. Hij wijst naar een poster en adviseert: ‘Dat is lekker en dat…’ Het meisje kijkt ongeduldig en ik voel een elleboog in mijn rug. ‘Doe maar koffie’, zeg ik snel.
Hij vindt een plaatsje aan een kleverig tafeltje en neemt een slok van zijn milkshake. Ik pak mijn trommeltje uit mijn rugzak. ‘Er gaat toch niets boven een boterham met hagelslag’, verzucht ik. Dan pas zie ik zijn angstige blik richting mijn boterham. ‘Dat mag vast niet, opa’, klinkt het beteuterd. ‘Wat niet?’ vraag ik verbaasd, ‘je mag hier toch met je handjes eten?’


@Irmamoekestorm, lief verhaaltje.
@Irma Leuk verhaal. De handjes vind ik afbreuk doen aan het geheel. De laatste regel zou naar mijn idee met een hoofdletter moeten beginnen.
Leuk Irma! Lief tafreel inderdaad. Het duurt even voor je weet dat het opa en kleinkind zijn.
Het kostte mij even moeite om ‘het meisje’ uit de 5e zin te plaatsen. Zal aan mij liggen 🙂