Een kogel in mijn hoofd.
Door mijn schedel,
door mijn slaap.
Levenloos,
van het verstand beroofd,
val ik,
dood,
in het water.
Een harde plons.
Een geluid,
dat ik niet hoor.
Ik ben al weg,
in diepe rust,
onderweg,
op reis,
en er vandoor.
Een kogel in mijn hoofd.
Mijn verstand spat rond.
Iedereen gilt.
Hou toch op.
Ik ben al dood,
voor eeuwig stil.
Ik luister niet.
Laat me drijven,
naar het einde,
naar het duister,
want een God,
die zie ik niet.
Verbrand me,
begraaf me,
maar jammer niet,
want voor luisteren,
was het te laat,
al veel te laat.
Er zit er een kogel in mijn hoofd.
Ik heb mezelf,
met succes,
van het levend lijden beroofd.


Recente reacties