Als iets begint met een goudenchampagne regen, en je vraagt je niet af welke kleuren ermee gemengd kunnen worden, zullen de druppels die bruisen op je lippen een zoete nasmaak hebben. Al likkend proevend met je tong zal je daar dan iets bij denken, maar overgaande gedachteloos toch het groene olijfje prikken wat boven drijft. En peinzend spelen met het bittere vruchtje tussen je tanden en tong. Jezelf voorzichtig afvragend. Uit elkaar vallend in je mond gemengd met een slokje bruis, zachtjes maar stevig bijtend. Alles weg slikkend met een blik op oneindig, tovert een nieuw gevuld glas champagne wat uiteen spat in duizend stukjes een verloren glimlach op je gezicht. Het bruisend nat, laat voor altijd een kleur achter.


Volgens mij kun je nog veel meer woorden gebruiken vanwege teveel spaties:
Goudenchampagneregen?
ermee?
uitelkaarvallend?
wegslikkend?
uiteenspat?
nieuwgevuld?