Er is die kleine kroeg in de haven
(en er zullen er wel meer zijn).
Voor de zeegeesten is het een kerkhof
van omgekomenen op de vaart.
Bij vissers gezegend met inkomen
en gehaat om rampspoed.
Niets wereldschokkends maar wel kwaad.
Verdronken slachtoffers spoken in de straat,
nooit later dan op hun tijd
waarin zij hun weg vinden.
In de kleine kroeg in de haven
drinkt men zich laveloos,
delft men andermans graven in eigen herinnering
bij het geraas van dreigende stormen,
in het troebele zicht van een hoos.
De kroeg is pover, niet al te proper,
stamgasten loensen diep in bodempjes
van bijna lege glazen om nog eens een glimp
van de zee aan de haak te slaan.

Recente reacties