In de nadagen van de val trekken zich donkere wolken samen. Duisternis bedekt het landschap. Zijn metgezellen verbergen zich in de schaduwen van het gebroken ego. Nu is het zijn beurt, dit is zijn terrein. Frivoliteiten zijn hem vreemd, anders had hij hen triomfantelijk gewezen op zijn gelijk.
Kwade schimmen bestormen de kantelen. Hij vecht en beschermt zijn reisgenoten. Deze ruïne is hun laatste schuilplaats, zijn sanctum sanctorum. Fier strijdt hij tegen de onvermijdelijke verdoemenis. Het is precies zoals hij had voorspeld.
Wolken verschuiven, even breekt de zon door. Maar eenmaal bevrijd kan deze soldaat zich niet terugtrekken, voordat hij verslagen is. Voor hun bestwil ketent hij zijn kompanen. Wanhopig wijzend op monsters en demonen, waarschuwt hij: “Wat als … ?”


G.J. een mysterieus stukje… Het is wel beschrijvend geschreven, wat op zich mooi kan zijn maar waardoor het voor mij wat afstandelijk aanvoelt.
Ik denk dat ik het snap zonder 1 t/m 3 te hebben gelezen.