“Maria ten Mosselaer. Honderd jaar, mensen, honderd jaar. Het is me wat.” Hij zegt het op een toon, die net iets te vrolijk klinkt. Alsof hij koopwaar aanprijst. Niet verwonderlijk: hij staat zijn hele werkzame leven op de markt als koopman in vers fruit. En al die jaren slaapt hij slecht. Vandaag heeft hij een feestelijk zwart pak aan. Het past mooi bij zijn grijze haren. Inmiddels is hij dik in de zestig. De jongste van 15 kinderen en de enige die nog leeft. “Mensen, honderd jaar, hoe heeft ze het volgehouden, het oude kreng”. Al haar kinderen zijn haar voor gegaan en allemaal in verdachte omstandigheden. “Goddank, daar ligt ze. Nu kan ik zelf bepalen wanneer ik eruit stap.”


@Jefstein Zo! Een heftig verhaaltje. Leuk hoe de context steeds duidelijker wordt, zoals waarom hij bijvoorbeeld slecht slaapt. Evil mother!
Dank je. Best verrassend hoe snel mijn fantasie zo iets bedenkt. Niets menselijks is mij vreemd kennelijk 😉
Gelukkig maar, dan heb je ook niet zo snel een oordeel.
ik ben wel snel(le jelle), maar probeer een oordeel inderdaad voldoende te onderbouwen alvorens het te uiten.