Pas als ze enkel nog woestijn en sterren ziet, kruipt Usha uit het hol dat haar als een baarmoeder verborg. Met Mun is haar meeste magie vervlogen. Haar achtervolger weet dat.
Ze ziet de flakkering aan de horizon, waar hij wacht tot de dorst haar naar het vuur en zijn wolfshond drijft.
De wind blijkt haar vriend. Die blaast van daar naar haar. Waarom het lot uitstellen? Misschien weet hij niet welk bijzonder vermogen zij nog altijd bezit…
Als een slang kruipt Usha naderbij. Angstvallig houdt ze de wind van voren en het vuur tussen haar en hem. Zachtjes fluit ze. De wolfshond kijkt haar aan. Zonder aarzeling doet hij wat zij verlangt.
Warm bloed spuit sissend in het kampvuur.


Sorry als ik met mijn nogal bloederige stukje uit de toon val. Het bloed kroop weer eens waar het niet gaan kan. 😉
Toch spannend!
Het sluit zo wel niet echt aan op deel drie. Maakt mij niets uit. De ontbrekende stukjes van de puzzel schrijf ik er later nog wel een keer tussen.
@Hay, je zou er zo een film bij kunnen bedenken. De laatste zin is me denk ik duidelijk maar ‘zijn’ kan ook de hond zijn.
Je hebt gelijk, Desiree. Eens kijken of ik dat nog aan kan passen.
Gebeurd…
In theorie kan dat bloed nog altijd van de wolfshond zijn, maar ik verwacht niet dat iemand het in deze vorm nog zo zal lezen.
@Hay Beeldend verteld.
– De wind bleek haar vriend.
Dat vind ik een vreemde zin, alsof er een paar woorden ontbreken
– haar enige aangeboren vermogen
Ze heeft maar één vermogen dat aangeboren is?
De wind blies ‘van daar naar haar’. Anders had de hond haar geur meteen opgevangen en had ze niet onopgemerkt kunnen naderen. Vandaar ‘De wind bleek haar vriend’.
Dat éne aangeboren vermogen is inderdaad wel heel erg zielig. Daar moet ik wat aan doen. 😉
@Hay
-De wind blies ‘van daar naar haar’. Anders had de hond haar geur meteen opgevangen en had ze niet onopgemerkt kunnen naderen. Vandaar ‘De wind bleek haar vriend’.
Ja, zo begreep ik het ook wel. Ik zit meer met het woord “bleek” als koppelwerkwoord. Zou er dan niet “te zijn” achter moeten staan?
En ja, dat éne vermogen …. dat is heel weinig. Of is er sprake van een onbeschreven blad?
Achteraf vermoedde ik toch wel wat je probleem met “bleek” was. Voor mijn gevoel zullen de meeste lezers net als jij “te zijn” er wel achteraan denken. Kan een koppelwerkwoord dan niet ook iets koppelen dat er niet staat, maar er toch ‘vanzelf’ bij hoort? Volgens mij zijn er wel meer van dat soort constructies, waarbij er eigenlijk meer is dan er staat.
Maar onder dat éne vermogen kan en wil ik mij niet uit kletsen. Dat moet nog gerepareerd. 😉
Reparatie voltooid. 😉
@Hay Bijzonder vermogen … bijzonder goed gevonden.
De inspiratie voor ‘Dochter 4’ (de sfeer, niet het verhaal op zich) vond ik in ‘De vlucht’ van Jesús Carrasco, dat ik tussen al mijn schrijven door aan het lezen ben.
Ik kan die roman van Carrasco iedereen aanbevelen, al weet ik ook wel hoe subjectief zoiets is en blijft.