Voorzichtig loop ik de steile trap af, het diepdonkere duister in. Op weg, over de vergane vloer die schreeuwt onder mijn gewicht. Stof stuift op, het stinkt naar schimmel. Ik ben waar ik moet zijn. Mijn zaklamp schijnt op een opzichtige opening in de vloer. Het is een diep gapend gat.
Iedere week probeer ik het gat te dichten, met zand, planken, beton en wat niet meer.
En volgende week probeer ik het, tegen beter weten in, weer. Maar het gat in mijn ziel is niet te vullen, is niet te stoppen. Het zal er blijven tot ik dood ben, en mag ontdekken dat de ziel niet bestaat, dat mijn ziel de valkuil was, waar ik keer op keer intuinde.


Diepzinnig. Mooi Defrysk.
‘de vergane vloer dat’ > die
@Inge, Dank je 🙂
@DeFrysk, goed stuk, goed geschreven.
– Mijn zaklamp schijnt op een opzichtige opening
Daar staat wat veel op achter elkaar
– Het zal er blijven tot ik dood ben, en mag ontdekken dat de ziel niet bestaat, dat mijn ziel de valkuil was, waar ik keer op keer intuinde.
In deze zin is “Het” het onderwerp en daarom klopt het deel na de eerste komma niet. Tenzij je bedoeld hebt dat “Het” mag ontdekken enz.
Zo’n constructie wordt wel een “Tante Betje” genoemd.