Even zet hij zijn bril af. Hij kijkt naar zijn jurk. Hij denkt aan zijn vriend die hij zo graag wilde strelen. Die hij zo graag had willen betasten. Maar het mocht niet. Hij weet het nog goed. Daarom had hij voor deze bril gekozen.
De bril van het celibaat.
De bril van homohaat.
De bril die hem hielp bij het wegkijken.
De bril die condooms in een kwaad daglicht zetten.
De bril van de onthouding.
De bril van Gods wil…
Hij kijkt om zich heen. “God bestaat niet,” mompelt hij. Een traan biggelt langs zijn wang. Dan vermant hij zich en zet hij zijn bril weer op. “Zo is het beter,” prevelt hij en doet een rozenkransje als boetedoening.


Hot Item, scherp geschreven,
Wordt vast koploper van thema „Bril” 😉
Bedoel je niet eigenlijk “de roze bril van het Katholieke Geloof?
Had je een berg woorden gescheeld, hihi.
Toch jammer dat hij er nu pas achter komt dat hij de verkeerde bril gekocht heeft. Aan het geld zal het niet gelegen hebben.
@Defrysk, verrassend actueel themastukje.
In één regel viermaal ‘hij’ leest voor mij niet lekker. Mompelt, biggelt, vermant, prevelt, zo dicht bij elkaar evenmin. Ook het achterliggend concept van het stukje kan me niet beroeren. DF kan beter. Haastwerk?