De zure lucht van mijn lichaam moet ondraaglijk zijn. Zelf ruik ik het niet meer. Ik ben gevlucht naar een pakhuis bij de rivier. Het is sinds kort niet meer in gebruik. De overgebleven hopen graan rotten langzaam weg.
Eten en drinken heb ik genoeg. De meester kwam aan huis en velde vanachter zijn snavelmasker het oordeel over mijn vader. Het waren woorden die we al vermoedden. Woorden van een beul die de dood zelf geen handje meer hoeft te helpen. Het werk wordt voor hem gedaan.
Maar ik ga het overleven! Met doeken gedrenkt in azijn dep ik mijn lichaam.
De pest zal mij niet krijgen.
Het enige gezelschap dat ik heb zijn de ratten, die mijn nachtrust verstoren.


Een geweldig verhaal! Het leest als “hier en nu”.
Dit is mijn favoriete azijn tot nu toe.