In een koude donkere kelder, diep onder de trap, staar ik naar schappen vol weckflessen met donker paarse kersen, groene pruimen, rode rabarber en gele stoofperen. Even reis ik terug in de tijd en zie mijn gezette oma, in haar bloemetjesjurk op haar sloffen, een pot kiezen. Ik hoopte altijd op stoofpeertjes, want dan aten we haas of kalkoen.
Ik heb zelf geen kelder meer, maar de typische bedompte geur van schimmel en vocht vergeet ik nooit. Alles leek vroeger simpeler, gemoedelijker en gemakkelijker. Stress en smart werden gedeeld door velen, het ging minder om poen.
Ik heb sinds kort een zwarte schimmelvlek in het keukenplafond, tegen beter weten in laat ik hem zitten, het weckt mijn herinneringen aan toen.


Mooi sentiment, leuk einde.
Ik vraag me af in welke kelder de hoofdpersoon in het begin staat. Blijkbaar heeft hij zelf geen kelder.
Was in de kelder van een vriend van mij, in een hele oude boerderij, toen me dit te binnen schoot 🙂
Jeugdsentiment op z’n best!