“Eenzaamheid is een huis met ramen die nooit open gaan en deuren met sleutels die ik nooit kan vinden” denkt Eva bij het vlekkerige raam. Ze groet de lelijke wolken die alles blijven verpesten met een grimmige eindeloze regenbui. Gelaten kijkt ze binnen rond en ziet een troosteloze verzameling van voorwerpen en verloren dromen. Niemand zou met haar willen ruilen.
Was ze maar een wolk dan zou ze gewoon meedrijven in de hopeloze werkelijkheid en niets meer vragen of hopen. Ze gaat weer zitten op haar bed en denkt aan de slaap waarin ze weer mag dromen dat ze niet bestaat en mag vergeten wat ze wil. Ze glimlacht flauw en geniet van de trouwe stilte die haar weer omarmt.

Mooi geschreven, heel beeldend, ik zie het allemaal zo voor me alsof ik naar een schilderij kijk. Er is één maar: het verhaal zou zoveel meer zeggingskracht hebben wanneer het in de ik-vorm zou zijn geschreven.
Om depressief van te worden, dus goed geschreven.