Op de klok gemeten, zijn mijn gedachten eindeloos, lijkt het. Ergens diep in het lichaam wat zeker zes uur niet de mijne is geweest, is er toch een bevel tot opstaan uitgevaardigd. Het bewustzijn begint te stotteren en te puffen met een paar glasheldere dromen die me doen beseffen dat ik inderdaad bezig ben wakker te worden.
En dan komt het. Met een half geopend oog kijk ik op mijn wekker, en ik tuimel slaapwakend terug in mijn diepste diepten. Een eeuwigheid zonder tijd lijkt zich te voltrekken en mijn gedachten schieten als een waterval door me heen, brengen me verder dan sterrenlicht kan reizen. Honderd jaren zijn vervlogen, tot ik mijn ogen weer open doe. Éen minuut is verstreken.

Dromen duren uren, maar zijn verpakt in seconden.
Een tijdloos stuk waar je even de tijd voor moet nemen, even maar.maar o zo mooi
Mooi beschreven.
Zelf ervaar ik geregeld precies het tegenovergestelde.
Ik kijk op de klok en het voelt als even knipperen met mijn ogen tot de volgende blik op de klok, maar dan is het 2 uur later. Ben ik toch in slaap gevallen. Dat vind ik zo’n bijzondere gewaarwording.
Dromen duren seconden, maar in de beleving lijken het uren/eeuwen. De schrijver slaagt erin om iets van het mysterie in taal te vatten (hij deed het eerder in ‘de staat van slaap’), het overgangsgebied tussen slaap en waken.
Bij een slaap zonder droom gaan acht uur in een tik voorbij, ook niet te vatten. En als je dood bent zijn na een tik miljarden jaren vervlogen en is van de mensheid geen sprake meer. De dood is niet alleen het einde van jezelf, maar het einde van alles, zo mijmer ik. Het voordeel van een droom is, dat je daarna nog wakker wordt.