Emma grist haar handtas van de kapstok en haast zich door haar driekamerflat.
‘Maak je niet te druk vandaag,’ zegt hij, ‘op je werk.’
‘Ik ben vanavond laat terug.’ Ze zwaait de deur open. ‘Zoek werk, het is helemaal uit tussen ons. Je moet hier zo snel mogelijk weg.’ Driftig beent ze naar de liftdeur.
Het klikken van de lift, het openen van de verre buitendeur, dan heel even het gillen van de stad. Hij telt tot tien. Tien tellen hebben de dingen nodig om tot stilstand te komen. De klap van de buitendeur die in het slot valt. Dan is er geen geluid meer.
Zoals elke dag glimlacht hij naar het staande beeld in de spiegel op de gang.


Recente reacties