Het water was die ochtend klam geweest. Dat wat hij als vertrouwd en zorgvuldig geselecteerd had kunnen aanschouwen, was niet meer.
Het enige wat hij hoorde waren de ritmische tikken tegen het raam. En zijn eigen ademhaling. Deze ging drie keer zo langzaam, maar voelde vijf keer zo snel. Doem. Doem. Doem. Doem. Doem.
In een seconde tijd.
Zijn benen voelden hetzelfde als enkele uren daarvoor, zwaar en onbeweegbaar. Alsof hij de rode wijn had gedronken.
De vlekken deden hem echter verraden. Papiersnippers rondom. Hij hoorde de zachte stem en zijn eigen gebrul en daarna een bons die zo dichtbij leek dat hij zijn ogen sloot.
Het liefste was hier nu zijn moeder, blossen wangen en de geur van jus.

Recente reacties