Telefoon. Aan de andere kant van de lijn hoor ik
iemand met veel woorden.
Verwarde woorden in verkeerde volgorde.
Over een bril en dat hij moeite heeft met eten.
Gestolen denkt hij.
Of misschien heb ik het wel mee genomen en niet op tijd terug gebracht.
Ineens paniek.
Als ik hem zie, zie ik door een bril zijn ogen. Vragend, onwetend, boos, en vooral onbeschrijfelijk veel onmacht.
Bevend zoeken zijn oude handen de mijne.
Hij weet het niet meer, hij wil nog wel. Genieten in de polder op zijn fiets.
Dat is het tegenstrijdige, wel kunnen fietsen nog op deze leeftijd van 97 jaar.
Mijn opa.
Maar zijn kunstgebit is spoorloos, net als zijn woorden, gedachten, tijd en dagen.
Vergeten!


Recente reacties