Ik zat in de trein en keek om me heen. Telefoons en laptops zag ik; daarachter ging de jeugd van tegenwoordig schuil. Verborgen in een andere wereld keken ze niet rond, maar vierkant: tot de rand van het scherm en weer terug. Een jongetje deed mij uit mijn sombere overpeinzingen wat betreft het lot van de wereld opschrikken: ‘Kijk papa, herten!’ Ik was prettig verbaasd over de plotselinge belangstelling die het kind voor de natuur aan de dag legde, terwijl zijn aandacht twee seconden eerder nog volledig in beslag werd genomen door het oplichtende schermpje in zijn handen. Ik waande bijna mijn vertrouwen in de mensheid hersteld op het moment dat de jongen zijn volgende zin uitsprak: ‘Die zijn lekker!’

Dit vind ik meer meer een ‘dystopische overpeinzing’ dan een echte dystopie.
Tja, en herten zijn inderdaad lekker, al kan ik me voorstellen dat een overtuigde vegetariër bij zo’n uitspraak een zeer dystopisch gevoel krijgt. 😉
@ Brigitte, een leuk verhaal, maar een dystopie kan ik er niet van maken.