Stilte. Diepe, oorverdovende stilte.
Nee, daar fluit een vogel, bladeren ruisen zachtjes, een pauw roept, een boer ploegt.
Maar verder, stilte.
Je hartslag horen slaan, je maag horen rommelen, een scheet die je neus bereikt en waarvoor je alle tijd hebt om de geur op te nemen tot zij weer vervliegt, mee met de wind die over je wangen streelt.
Een niets, zijn.
Verstoord staat de kluizenaar op.
Pfft, onzin! Niets is als je dood bent.
Voor een levend mens is er altijd iets. Geur, gekrioel van mieren, koffie van de boerin.
De kluizenaar pakt haar laptop. Ze schrijft als een bezetene aan het boek dat ze eindelijk af wil maken.
Tijd hebben voor een gedachte, dáár gaat het om


Ik heb het stuk diverse keren gelezen, maar ik begrijp niet hoe dit binnen het wedstrijdthema moet passen.
De uitdrukking “oorverdovende stilte” is zo vaak geschreven dat het een cliché is geworden.
Dank voor je reactie Ineke! Ik vond het juist zo mooi gevonden ‘oorverdovende stilte’. Waar lees jij dat zo vaak?
Qua thema: de utopie van de kluizenaar: ‘stil worden van binnen/verlichting’ prik ik door, ergo wedstrijdthema. Toch?
Het ging toch over dystopie?
Of is voor jou de utopie van de kluizenaar een dystopie?
Ik snap het niet?
Wil je dat uitleggen?
Niet alleen ik lees die uitdrukking vaak. De uitdrukking komt zo vaak voor dat hij zelfs in deze lijst staat: http://nl.wikipedia.org/wiki/O.....lfiguur%29
Na je uitleg begrijp ik wat beter hoe je het wedstrijdthema middels deze inzending invult.
Dank voor je reactie Boogje! Dystopie is bij mijn kluizenaar verhaal het doorprikken van de utopie. Geen droombeeld richting ‘verlichting’ maar voeten in de klei ofwel realiteit. Ik heb dystopie begrepen als ‘antiutopie’ en ‘utopie’ als droombeeld/ideaal.
Bahbah Ineke, ik gebruik nóóit meer oorverdovende stilte. Weer een illusie armer, helaas.
Och arme 😉
Utopie en dystopie zijn antagonisten en beiden fictief. Wat voor de één een utopie is, is voor een ander een dystopie.
De utopie van de kluizenaar zou heel goed de mijne kunnen zijn, maar ik ken genoeg mensen om mij heen die het een dystopie zouden vinden.
Maar Boogje, heb je nu een antwoord op je vraag?
Nee, eigenlijk niet.
Want wat jij beschrijft zou ik wel willen.
Dus dan gaat voor mij het thema dystopie niet op.
Oké. Grappig hoe dat werkt 🙂
@Susan, jij beschrijft vooral een heel erg persoonlijke dystopie. Niet een maatschappij waarin mensen van nu niet zouden willen leven. Over het algemeen genomen dan.
Ineke daar ben ik het mee eens, maar… er zijn geen regels gesteld bij de wedstrijd. Ik ben een soort van serie aan het schrijven, een ander trekt het in het algemene en de volgende neemt het thema dystopie in een tunnel.
Inderdaad, de definitie van utopie is een fictieve maatschappij, maar je kunt een maatschappij heel breed c.q. mondiaal zien, maar ook individueel, dus heel getunneld zien.
Ik persoonlijk vind een persoonlijke dystopie interessanter dan een mondiale dystopie (en alles wat ongeveer +10 aan personen is).
Daarbij kan individueel heel goed mondiaal zijn.
Tis maar hoe je het bekijkt.
Hee, Ineke, ja, je hebt gelijk. Ik heb daar niet zo bij stilgestaan. Mijn vertrekpunt is meestal persoonlijk, het kleine, het menselijke, en niet zozeer het grote, het universele. In die zin kan ik me ook vinden in de opmerkingen van Boogje.
Dystopie volgens het “Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek” Het tegengestelde van de utopie, d.w.z. een tekst waarin weliswaar een toekomstbeeld gegeven wordt, maar dat van de utopie verschilt door het negatieve beeld dat van die toekomst wordt geschilderd. Als voorbeeld van een dystopie kan gelden George Orwells Nineteen eighty-four (1949). Als Nederlands voorbeeld wordt wel Blokken (1931) van F. Bordewijk genoemd.
@Boogje, klopt, regels zijn er niet gesteld, dus een persoonlijke invalshoek kan niet verkeerd zijn.
@Ineke, dan valt volgens de definitie van het lexicon mijn Kluizenaar erbuiten. Het is geen toekomstbeeld, het is het doorprikken van een ideaalbeeld. Als de wedstrijd de def van het lexicon gebruikt, dan moet mijn Kluizenaar verhuizen naar een ander onderdeel. Jammer, maar helaas. Hoe zit het met andere verhalen?
Het boek van George Orwell heet 1984, en is naar mijn weten geschreven in 1948.
@Boogje, ik vraag me af of “een persoonlijke dystopie” wel een dystopie is. De maatschappij is iets waar je onderdeel niet van uitmaakt, dat is niet iets dat erg persoonlijk is. Dat persoonlijk ook mondiaal kan zijn, ben ik met je eens.
@Susan, ik zie wel meer ingezonden verhalen die naar mijn mening niet voldoen aan het thema van de wedstrijd. Maar dan … dat is mijn mening. Niet te verwarren met een feit.
@Ineke, dat is een van de mooie dingen van verhalen schrijven: verschillende meningen komen aan de oppervlakte. Aan de jury de fraaie taak het beste verhaal te kiezen.
@Susan De vraag is wel aan de hand van welke criteria ze dat doen.
@Ineke, inderdaad! En weten we die criteria pas nà de wedstrijd of komen ze alsnog n.a.v. deze discussie?
@Susan, ik denk dat er bij de beoordeling gekeken zal worden of het stuk (volgens de jury) past binnen het thema. En het moet natuurlijk precies 120 woorden zijn. Daarnaast zal men kijken naar originaliteit en vast ook wel naar het taalgebruik.
@Ineke, ja ik ben het wel met je eens. Dystopie gaat volgens de definitie over de maatschappij.
Ik ben ook benieuwd hoe de winnaar van de wedstrijd gekozen gaat worden.
@Susan, @Boogje en anderen, op het forum is een speciaal topic over dit onderwerp. Wellicht mengt ook DE Frank zich dan in de discussie.