Ik klim angstig op de stoel. Daar mag ik nog even drie minuten mijn hoofd voor het kleine raampje houden, het enige raampje in de kille bunker. Achter mij staan nog zoveel mensen in de rij.
Ik voel het zonlicht op mijn bleke gezicht en sluit mijn ogen. Mijn gedachten gaan terug naar huis, de tuin en alle bloemen die er niet meer zijn.
Het is voorbij, alles is kapot, vernietigd. De aarde is onbewoonbaar verklaard.
Iemand klopt me op mijn voet. Mijn tijd is op. Nog eenmaal adem ik mijn verleden in en kijk naar de hemel. De lucht, strakgetrokken en diepblauw, voorbode van imminent vertrek.
Ik stap van de stoel. Moeder aarde vaarwel zeggen valt zwaar, heel zwaar

Een mooi debuut, alhier.
“Nog eenmaal adem ik mijn verleden” vind ik erg poëtisch.
Een mooi uitvergroot beeld. Super!