In het felle maanlicht zie ik hoe de zon opkomt.
Er wordt woordsoep geserveerd, de letter T drijft in mijn vork.
Het terras is faal en vuil, niemand slaapt hier goed.
Achter de patrijspoorten klotst een wilde groep vogels tegen het glas.
De ijsbeer wil weer niet betalen, maar hij lust nog wel een sorbet.
Vanachter mijn oogkleppen aanschouw ik het geheel.
Iemand is er niet.
Dan sust de leider op zijn fluit en iedereen dwarrelt weg.
De zucht, een wind, een vlaag.
Ik zeg het niet graag.
‘Roep toch wat’, denk ik nog, maar het is al te laat.
Achter me hoor ik het geluid van een operateske vaatwasmachine.
Er wordt woordsoep geserveerd, ik maak mijn kruiswoordpuzzel onzichtbaar af.

Mijn hoofd creëert direct een fantastische werkelijkheid.. Mooi!
Mooi woordennspel