De wedergeboren zon schijnt schuchter haar stralen.
De lauwwarme bundels geven d’aarde weer kracht.
Natuur ontwaakt: flora en fauna, let op: Je verwacht
louter levenslust, weg van ’t kille, winterse dralen.
De lente lonkt, lammetjes huppelend in ’t veld.
Harten kloppen sneller, prille, latente liefde bloeit.
Soms wederzijds, alsof nu ook al de hartstocht groeit.
Voorjaarspassie heeft vermetel menig hart geveld.
Maar, niet een ieder is die ontluikende liefde gegeven:
Eén vrouw treurt immens om haar bittere eenzaamheid:
verlaten, vernederd, verraden; om haar loze, lege leven.
Op zo’n koude, kille dag greep hij terug op zijn vrijheid.
Perplex, wanhopig, verrast, vol onbegrip voor zijn streven
voelt voor haar deze lente als een ijzig, voldongen feit.
Voor Karin; als schrale troost.

Met enige schroom reageer ik op dit gedicht, gezien het feit dat er een opdracht onder staat.
Er is hier gekozen voor het sonnet als dichtvorm. Wat klopt is de indeling in strofen en het aantal regels per strofe. Er valt ook een wending op te merken in de derde strofe. Het rijmschema klopt. Maar het leest niet als poëzie. De dichter is niet consequent waar het gaat om het aantal lettergepen per regel. Voor het ritme is dat wel van belang. De inhoud rammelt, naar mijn idee dan.
In de eerste strofe kan men zich afvragen wie er tegen flora en fauna praat. Is “Je” de persoon van de woorden, of gaat het over “Je”? Wie is “Je”? Of moet de lezer zich hier aangesproken voelen? Is het de dichter die praat tegen flora en fauna? De grote hoeveelheid aan interpunctie werkt hier eerder verwarrend dan verhelderend.
In de tweede strofe doet het woord “latent”, gebruikt na het woord “prille”, wat vreemd aan. Iets wat latent is, is niet merkbaar. Iets wat pril is, is dat wel. Pril is een mooi woord hier, zeker gezien de vele betekenissen die het woord heeft. “Latent” lijkt hier slechts bedoeld te zijn als opvulling.
Voor het woord “geveld” lijkt gekozen te zijn omdat het moest rijmen op “veld”. Jammer dat veroverd niet op veld past, want de betekenis van dit woord lijkt de dichter hier wel te bedoelen. Of… zou de dichter toch echt “geveld” bedoelen omdat hij ook het woord vermetel heeft gebruikt? Als dat zo is, zou het deze regel zijn welke de wending in het gedicht aangeeft. Dat het minstens twee kanten op kan met de betekenis van deze regel kan het boeiender maker, maar een poëtische regel is het niet.
In de derde strofe doet het opmerkelijke feit zich voor dat één vrouw die ontluikende liefde niet is gegeven. In de plaats daarvan heeft zij te maken met dat wat met liefde helemaal niets te maken heeft.
Het deel van de laatste regel van strofe drie, na de punt/komma is moeilijk te volgen voor deze lezer. Treurt ze om haar loze, lege leven, of is ze juist om haar loze, lege leven verlaten, vernederd en verraden. Ook hier maakt de veelheid aan interpunctie het lezen er niet gemakkelijker op. Na eenzaamheid staat een dubbele punt, hetgeen inhoudt dat hierna een opsomming volgt. Na verraden volgt een punt/komma hetgeen het einde van een opsomming kan betekenen.
Maar het betekent ook dat het deel van de zin welke hierna volgt gezien kan worden als een zelfstandige zin, welke zo gerelateerd is aan het eerste deel van de zin, dat er niet met een nieuwe zin begonnen wordt. Dan begrijp ik uiteindelijk dat de vrouw treurt om haar loze lege leven, welke bestaat uit bittere eenzaamheid, welke volgde na verlaten, vernederd en verraden te zijn. Het woord “loze” lijkt hier, gezien de betekenissen van het woord, als opvulling gebruikt te zijn. En wellicht ook om mooi te passen bij de beginklank van “lege”. De poëzie in strofe drie wordt naar mijn idee kapot gemaakt met al die leestekens.
In de laatste strofe is er opeens sprake van een “hij” een “haar” en een “zijn”. Ook wordt er gesproken over “zo’n koude, kille dag”. In de eerste strofe heeft de dichter het over de lauwwarme bundels van de zon, en over “weg van ’t kille, winterse dralen”. Over welke dag heeft de dichter het dan?
Teruggrijpen op vrijheid doet vreemd aan. Werd de relatie met de “haar” verbroken? Pleegde de “hij” zelfmoord? Dat zou de lezer kunnen concluderen uit het “ijzig, voldongen feit” waarmee het gedicht eindigt
Het is niet omdat het moeilijk is om binnen 120 woorden een sonnet te schrijven, waardoor dit sonnet niet echt gelukt is. Een sonnet past in feite prima binnen de context van 120 woorden. Dit sonnet lijkt eerder geschreven te zijn om het tegendeel te bewijzen. Ik vraag me oprecht af of dit het eerste sonnet van de schrijver is. In dat geval…. ga zo voort, het zal beter worden.
Dank voor deze uitgebreide feedback. Ik neem er nota van.
Ik knutsel wel vaker sonnetten, maar mijn voorliefde heeft het niet. Dus, of het ooit beter wordt, waag ik te betwijfelen. Ik stel inderdaad altijd, dat ik niet dichten kan. Dat klopt dus. Ik vind vooral de regelgeving boeiend.
Wat betreft de opdracht is het niet zo dramatisch als jij veronderstelde. Gewoon; ze was plots gedumpt.
Ik ben erg verzot op interpunctie, maar dat is kennelijk ook niet in poezie gewenst. Leermoment.
Het metrum is inderdaad wel mijn grootste struikelblok.
Er zijn nog mensen die het fraai vinden ook, wonderlijk genoeg.
Wat betreft je exegese over sommige woordbetekenissen ben ik niet altijd akkoord.
Mijn dank voor jouw inzet is groot.
Dankjewel voor je reactie. Ik heb mijn commentaar met plezier geschreven. Daar had ik zin in, weer eens “ouderwets” een recensie schrijven.
Dat was één van mijn veronderstellingen, dat de relatie verbroken werd.
Wat mij betreft blijft alle interpuctie in gedichten achterwege,net als hoofdletters. Maar…. dat is een kwestie van smaak. Ik laat het graag achterwege omdat dat meer mogelijkheden biedt voor meervoudige interpretatie.