Volgens sommige geleerden zijn tijd en ruimte één. Hoe dat precies werkt weet ik niet, wel weet ik dat ik steeds vaker niet aan je denk. Gisteravond moest ik echter wel, het is zelden zo helder.
We lagen weer in het gras aan de Lagedijk. Ik had wat aan je kutje gezeten maar klaarkomen deed je niet. ‘Geeft niets, gewoon zo is ook fijn’.
We spraken ons geluk uit over ‘ons’. Jij, hoe je van mij genoot. Ik, over voor altijd samen. Je lachte daar wat om. Ik ging verliggen, jij moet hebben gehoord dat ik iets wegslikte.
We zochten allebei naar woorden om de stilte die ontstond te verbreken. Uiteindelijk zei jij: ‘Kijk eens, hoeveel mooie sterren er zijn´.


Recente reacties