Schrijf mee!
« »

Familie, Liefde, Poëzie

Rouw sprookje

30 november 2011 | 120w | Jaap | 0 |

Gelukkig en lang, nee, ineens stond de kankerwolf, gestuurd door de boze fee, bij het paleis waar hij, koningszoon, ooit op een wit paard binnenreed, uitgestrooide broodkruimels volgend, om doornstruiken te slechten, haar het muiltje te passen, de jongste zoon en het prinsesje tevoorschijn te kussen, die dwergenklein popelden bij het koekhuisje.
Maar toen naaide de kwaadaardige wolf stenen in zijn buik, die hem knibbelknabbelknuisje doodmaakten.
Trouwhartige reus, er bleef geen geitje over in zijn klok…

Glazen kist vol herinneringen, rode kap van pijn, voorover de put in… Sneeuwt het daar, vrouw van het holle leven? Wanneer regent het dan goudstukken? Wie kust er nu?
Hoe lang duurt het, Vadertje Tijd, voordat niemand weet, niemand weet dat er eens was?

Waarderen en delen

Waardeer je dit stukje van Jaap of juist niet? Geef hieronder een en/of deel het met anderen!

soortgelijke stukjes

Reageren

120
Wees geen muurbloem, laat je mening achter!
Houd het netjes. Je hebt 120 woorden. Huisregels.

Heb je dit stukje ook al gewaardeerd?

Geen zin om de volgende som op te lossen? Log dan in! * De CAPTCHA-code is verlopen, probeer opnieuw.


« »